menu
 

Historie

Bloemencorso Zundert is ontstaan in 1936, als viering van de verjaardag van de toenmalige Koningin Wilhelmina. De eerste corso’s waren bescheiden van afmeting en bestonden vooral uit met bloemen versierde fietsen, steppen en een enkele boerenkar. Toch sloeg het idee van een bloemencorso direct erg aan bij de Zundertse bevolking.

 

 

 

Gedurende de oorlogsjaren 1939-1944 lag het corso stil, maar direct na de oorlog, in 1945, werd de draad weer opgepakt. Na de oorlog groeide het corso in rap tempo uit tot een groot evenement met internationale allure. Bloemencorso’s waren in de jaren vijftig erg in de mode in Nederland, en het Zundertse corso trok dan ook belangstellenden uit heel Nederland. Ook veel Belgen en Fransen wisten de weg naar Zundert te vinden.

 

Kunstzinnige inslag

Het Zundertse corso heeft altijd een vrij sterke kunstzinnige inslag gehad. Vanaf de jaren vijftig zijn er goede contacten met de kunstacademie uit het nabijgelegen Breda. Professionele kunstenaars zitten in de jury van het corso en adviseren de ontwerpers. De ontwerpers van de corsowagens zijn, net als de wagenbouwers, allemaal vrijwilligers uit Zundert. De kunstzinnige inslag leidt ertoe dat ook Zundertenaren met een opleiding aan de kunstacademie corso-ontwerper worden, of andersom: dat jonge corso-ontwerpers een opleiding aan de kunstacademie gaan volgen.

 

Vanaf de jaren zestig wordt de dahliateelt groter aangepakt. Voorheen werden de dahlia’s geplukt op boerenerven in de wijde omgeving van Zundert, maar later gaan de buurtschappen er toe over om zelf dahliavelden aan te leggen. Op dit moment beslaan de gezamenlijke dahliavelden in Zundert een oppervlakte van 33 hectare met in totaal 600.000 dahliaknollen van vijftig verschillende dahliasoorten. En alle dahlia’s worden speciaal gekweekt voor het corso...

 

Het corso kent geen thema. Ontwerpers zijn volledig vrij. Slechts drie keer is er een themacorso geweest, in 1990, 2003 en 2015 toen het corso in het thema stond van Vincent van Gogh, die in Zundert is geboren. 

 

 

Groter en groter

De corsowagens groeien vanaf de jaren zestig gestaag in grootte, maar vooral in de  jaren tachtig nemen ze sterk in grootte toe. Het corso is een competitie: de buurtschappen strijden tegen elkaar en het corso winnen is één van de mooiste dingen die een Zundertenaar kan meemaken. Daarom halen de buurtschappen werkelijk alles uit de kast om elkaar te overtroeven.

 

De wagens groeien in de jaren tachtig zo snel, dat de organiserende stichting er paal en perk aan moet stellen. De maximale afmetingen worden vastgelegd op 19 meter lang, 4,5 meter breed en 9 meter hoog. Een presentatie mag echter uit meerdere wagens bestaan. Vandaag de dag zijn de corsowagens vaak bijzonder complex, bestaan uit meerdere losse wagens en hebben vaak bewegende onderdelen. Corsowagens bevatten tot maximaal een half miljoen dahlia’s.

 

 

Materiaalgebruik

Vroeger werden de wagens voornamelijk gebouwd uit hout. Vanaf eind jaren zestig wordt tempex ontdekt als bouwmateriaal, voornamelijk geschikt om fijnere, gedetailleerde vormen mee te maken. En in de jaren zeventig doet het gebruik van ijzer zijn intrede. Strengen betonijzer die aan elkaar gelast worden lenen zich beter tot het maken van vloeiende, plastische vormen.

Vandaag de dag wordt nauwelijks meer hout gebruikt, uitsluitend ijzer en tempex. Het ijzeren geraamte wordt beplakt met vele lagen papier-maché (krantenpapier met behangplaksel), zodat het als ondergrond kan dienen om de dahlia’s in aan te brengen. Dat gebeurt tijdens de laatste dagen voor het corso. Elke dahlia wordt voorzien van een spijkertje, en een voor een worden ze op de wagen aangebracht. In totaal zo’n 400.000 dahlia’s per wagen.